Make your own free website on Tripod.com

Australie

Vanaf Sulawesi zijn we naar Denpasar, Bali gevlogen. Hier hebben we nog twee nachten in een luxe hotel gezeten op Kuta. Niet onze meest favoriete plaats, maar in ieder geval een plaats om te relaxen. Vanaf hier zijn we naar Darwin gevlogen. Het eerste wat ons wel opviel toen we landen was dat het allemaal zo schoon is en goed georganiseerd.

Een aantal mensen hadden het nog wel over teruggaan naar de beschaafde wereld. Nu we hier een tijdje zitten hebben wij het meer over de bekende wereld. Het is wel makkelijk. Alles is weer geregeld zoals wij dat gewend zijn. Een prijs is een prijs en daar hoeft niet over te worden onderhandeld. Een ding is zeker het is weer gemakkelijk, en meer vakantie dan reizen.

Darwin - Brisbaine

Toen we aankwamen in Darwin werd ons gevraagd of we voedsel, houten producten en soil (zand) mee het land inbrachten. Al onze tassen moesten open en we moesten alles laten zien. Mijn wandelschoenen waren volgens de controleurs niet schoon genoeg. Te veel zand. Ja, vindt je het gek na Indonesie. Ik denk dat mijn hele tas vol zand zit. Gelukkig konden ze mijn schoenen snel schoonmaken en konden we door.

Voor de immigratiedienst waren we beide wel wat zenuwachtig. Ten eerste of ons visum wel goed geregeld was (hadden we via internet geregeld) en ten tweede of ze nog gingen vragen naar ons retourticket. Deze hadden we namelijk niet en we hadden verhalen gehoord dat je alleen met een retour Australie in mocht. Waarschijnlijk zagen we er beide netjes uit, ze hebben er namelijk niet eens naar gevraagd.

Eenmaal de doune achter ons gelaten kwamen de eerste gemakken al te voorschijn. Een gratis telefoon om een hostel te bellen. Dus daar hebben we maar even gebruik van gemaakt. Normaal gesproken zou het hostel ons nog oppikken van het vliegveld, maar het was nog een beetje te vroeg voor ze. Dus zijn we maar met de shuttle bus gegaan (we hebben wel het kaartje terug gekregen).

De Geckolodge was onze eerste kennismaking met de backpackers die door Australie reizen (het grote gross ten minste). Veel hangen voor de TV, veel tatoo's en percings en bijna geen kleding aan. Wat een verschil met Azie-gangers.

Na onze eerste kennismaking met Darwin en nadat de ergste cultuurshock was bezonken hadden we beide zoeits van, wat gaan we hier in godsnaam doen!! In Azie hadden we eigenlijk nooit een echt plan. Er waren wel dingen die we wilden zien maar een echt plan was er nooit. Het openbaar vervoer was makkelijk en er ging altijd wel een bus ergens heen. Maar hier in Australie kun je bijna niet reizen zonder plan. Je kunt hier namelijk reizen met de bus, per trein, deels vliegen of een auto kopen/huren. Na lang wikken en wegen (en rekenen) hebben we besloten om toch maar een auto te kopen. Zo zijn we vrijer en goedkoper. We zijn van plan om de auto weer te verkopen in Melbourne. Uiteindelijk hebben we een auto op de back-pakcers-car-market gekocht. Een Ford Falcon GL station, compleet met campingspullen. Wel een erg grote en logge auto maar in noodgevallen kunnen we nog altijd achterin slapen.

Vanaf 23 april waren we dus mobiel. Voor onze "grote" tocht naar het zuiden van Australie. De eerste nacht hebben we nog in de buurt van Darwin gecampeerd. Even kijken wat er allemal precies in de auto zat en kijken hoe de Australische campings zijn. Het viel ons allemaal 100% mee.

Na onze eerste kennismaking konden we eindelijk weg. We zijn naar Lichtfield NP gereden. Er zijn hier verschillende watervallen en hoge "termiet"-heuvels. En aangezien het hier nog heerlijk weer was, hebben we nog even een duik in het water van een van de watervallen genomen. Vanaf hier zijn we doorgereden naar Katherine Gorge NP.

Het rijden ging de eerste dag redelijk goed. Beide hebben we een stukje gereden. Het was even wennen om aan de linkerkant te rijden. Gelukkig hebben we een automaat en hoeven we niet te schakelen met de "verkeerde" hand. Onze eerste "enge" ervaring hebben we ook al gehad. We moesten dwars door een "bush-fire". Langs de weg waren meters hoge vlammen. Het was zelfs zo erg dat we de hitte binnen voelden. Je zag geen hand voor ogen. Maar ja, je moet en iedereen doet het. Dus ramen dicht, lampen aan en rijden maar. Gelukkig ging alles goed.

De eerste ochtend in Katherine Gorge zijn we vroeg op gestaan. Eerst wilden we met een boottocht mee maar na een grondige studie van de kaart kwamen we er al snel achter dat we zelf ook wel een stuk konden gaan lopen. De paden zijn namelijk erg goed gemarkeerd. Dus bepakt met veel water (het was erg warm) en zwemkleding konden we op pad. We hadden gekozen voor een matige wandeling van zo'n 8 a 9 km naar de eerste Gorge. Wat ons ook wel leuk leek was een de aborigional tekening die we hier konden zien. Het eerste stuk begon al gelijk stijl omhoog maar gelukkig werd het daarna beter. Het was een makkelijke en leuke wandeling tot aan het uitkijkpunt. Vanaf hier hadden we een fantastisch uizicht over de kloof en de rivier. De laaatste lokte wel erg om in te zwemmen. Het was namelijk bijna 30C en na bijna 5 km lopen hadden we wel genoeg gezweet. Na een heerlijk koele duik in het water zijn we weer verder gelopen. Eerst weer naar boven om vervolgens aan de andere kant van de uiktijkpost weer naar beneden te gaan om de aborigional tekeningen te gaan bekijken. Het leuke was, dat deze aan de andere kant van de rivier waren. Eerst hebben we nog geprobeeerd om naar de overkant te lopen, maar dit werd niets. Dus moesten we zwemmen. Kleren weer uit, en naar de overkant. Jammer dat we ons fototoestel niet mee konden nemen. Dit durfden we toch niet helmaal aan met al dat water. De tekeningen waren leuk en zeker de zwem waard. Na nog even lekker in het water te hebben gelegen zijn we weer aan onze terugtocht begonnen. Eenmaal terug op de camping zijn we nog even lekker in de rivier gedoken. Even lekker afkoelen.

De volgende dag hebben we onze eerste lange tocht gemaakt. Van Katherine Gorge naar Tennant Creek (660 km). Op zich gaat het links rijden goed. Maar door de hitte en de ellenlange rechte weg wordt je wel een beetje loom. We zijn dan ook op verschillende plaatsen even uitgestapt.Onder andere in Larrimah. Hier was een klein museum in het oude "Repeater Station" (ik weet geen goed Nederlands woord hiervoor). Hierin werd vooral de rol van de Northern Territories in de tweede wereld
oorlog uitgelegd. Best wel leuk als stop onderweg. Onze tweede stop was in Newcastle Waters. Volgens de folders was dit een ghost town. Wij verwachten dus ook een stadje zoals je wel in "Western" films ziet. Maar helaas. Het was eigenlijk niets. Een kleine school en een standbeeld voor de eerste pioneers die hier langs kwamen om het droge noorden te ontdekken. Na een dag rijden kwmaen we om 17.00 uur in Tennant Creek aan.

De campings in Australie vallen ons tot nu toe erg mee. Ze zijn wel gericht op carvans en campers maar over het algemeen hebben ze altijd wel een veldje voor tenten. Vaak is er ook een soort gemeenschappelijke ruimte met een keukenblok en BBQ. Erg handig allemaal.

In Tennant Creek hebben we de volgende ochtend een tour gedaan. De stad staat namelijk bekend om zijn goudmijnen. Het is een van de weinige plekken op aarde waar ze goud vinden in het hermanite (het hardste deel ipv het zachte deel van de stenen). Eerst kregen we uitleg hoe de "batteryhill" werkte. Dit is een machine waarmee ze het hermanite verkleinden. Door het verkleinen kon het goud uit de steen worden gehaald. Vervolgens zijn we door een "mijn-gang" gelopen. Dit is een nepgang waar ze een aantal voorbeelden hadden van hoe het leven was in de jaren '40-'50 in de mijnen. Hoe men toen mijnen delfde enz. Het was wel leuk alleen jammer dat het niet echt was.

Aangezien we in Tennant Creek om 12.00 uur wel uitgekeken waren hebben we 's middags nog maar een stuk gereden. Ons uit eindelijke doel was Mt. Isa (ong. 600 km). Die middag zijn we nog een heel eind gekomen.Het enige wat echt spannend was onderweg, was dat we nog een kleine wervelstorm over de weg zagen gaan.'s Avonds hebben we op een parkeerplaats langs de weg geslapen. Dit mag in Australie, omdat de regering vindt dat je beter kunt rusten en slapen dan iemand/of jezelf dood rijden. De meeste rustplaatsen c.q. parkeerplaatsen zin uitgerust met een watertank, picknick tafels en natuurlijk de BBQ niet te vergeten.

Ons tweepersoons luchtbed paste mooi achterin de auto. Dus bank plat gegooid, de kratten met kookgerei en eten zoveel mogelijk naar voren geschoven en het matras erachter. De rest van de spullen op de voor stoelen en zo konden we achterin de auto slapen. Wel erg handig zo'n grote auto. Het nadeel van in de auto slapen is dat wij geen goede lamp hebben. Om 19.00 uur is het donker en dus vroeg naar bed. Met het gevolg dat we ook weer vroeg wakker waren.

De volgende dag zaten we dan ook om 7.00 uur al weer in de auto op weg naar Mt. Isa. Ik begon met rijden en prompt reed ik aan de verkeerde kant van de weg. Beide hadden we niets door totdat ik vond dat we wel eer beetje vreemd reden. Gelukkig kwamen we geen road-trains (lange zeer grote vrachtwagens) of ander verkeer tegen.Onderweg raakten we onze antenne nog kwijt. Eindelijk na een aantal dagen hadden we weer muziek en toen viel onze antenne eruit en waaide weg. Wij
hadden net als zovelen een profisorische antenne van een kleerhanger. Hij functioneerde prima tot hij weg was. Moesten we weer op zoek naar een nieuwe.

Maar verder kwamen we zonder kleerscheuren aan in Mt. Isa. Doordat we gisteren al een behoorlijk stuk hadden gereden waren we op tijd in Mt. Isa. Maar het was zondag en dan is hier niet zoveel te beleven. Dus hebben we maar wat huishoudelijke dingen gedaan. De volgende morgen was het eerst weer de boel in pakken en daarna naar "the school of air". Dit is een school waarin ze in studio's via de radio lesgeven aan kinderen in "the outback". Je kunt het je bijna niet voorstellen dat op hetzelfde moment kinderen 800 km van elkaar zitten en toch samen in de klas. Ze krijgen dezelfde vakken als ieder normaal kind. Zelfs muziekles gaat via de radio. Eens per twee weken krijgen ze een pakket thuisgestuurd. Hierin zit huiswerk en dergelijke. Ze moeten veel zelf doen en het is dus ook van belang dat er thuis begeleiding is. Terwijl wij er waren konden we ook een les volgen. Erg interesant.

Vervolgens zijn we naar het Riverleigh fossils Interpretive centre geweest. In het Riverleigh gebied zijn namelijk veel fosielen van verschillende diersoorten gevonden. Oo zijn hier enkele nieuwe diersooren ontdekt. Het leuke was wel dat er uitleg werd gegeven door iemand die in het laboratorium werkte. En natuurlijk zijn we daarna nog naar de Royal Flying Doctors geweest. Erg leuk en interesant om te zien hoe het is opgericht en hoe alles werkt.

Vanaf Mt. Isa zijn we doorgereden naar Cloncurry. Was ons opvalt is dat er wel erg veel dode kangaroo's langs de kant van de weg liggen. Achterraf gezien is dit eigenlijk voornamelijk in the Northern Theretories. Waarschijnlijk komt dat door de road-trains. Dit zijn hele grote lange vrachtwagens die voornalmlijk 's nachts rijden. In de Northern Theretories is geen snelheidslimit dus ze denderen maar door. Wel een zielig gezicht al die dode kangaroo's.

We wilden in Cloncurry eerst naar John Flynn Place gaan. Hij was de oprichter van de Royal Flying doctors. Maar omdat we het eigenlijk al wel een beetje hadden gezien in Mt. Isa zijn we 's morgens maar vertrokken naar Longreach. We hadden gelezen dat er onderweg nog wat waterpools waren. We dachten daar leker te kunnen gaan zwemmen. Toen we er aan kwamen bleken het meer modderpools te zijn. Helaas, niet zwemmen dus. We zijn toen maar doorgereden naar Winton.

Winton is de plaats waar het numer Waltzing Mathilda is ontstaan. Ze hebben er zelfs een museum voor gemaakt. Natuurlijk hebben wij een kijkje genomen. Het eerste deel van het museum was erg leuk. Veel informatie over "the song" en zijn geschiedenis. Dmv een hologram en andere moderne technieken maakten ze duidelijk hoe "the song" is ontstaan. Het tweede deel was een beetje rommelig.

We hebben geslapen in Longreach, maar zijn de volgende ochtend doorgereden naar Barcaloline. Hier zijn we naar he Australian Workers Heritage Centre geweest. Zeer leuk maar vooral ook zeer goed opgezet. Het ging min of meer over de eerste Europeanen in Australie en het werken in Australie.

Vervolgens zijn we via Emerald (overnacht) naar de Olsen's Capicorn Cavens gereden. Hier kregen we een rondleidieng. Was wel leuk maar het viel ons toch een beetje tegen. Vanaf hier zijn we doorgereden naar Yeppoon. Hier hadden we een camping dricht aan zee. In de zomer zal het best mooi zijn maar als het een beetje regenachtig is (zoals bij ons) dan is er weinig te beleven.Vanaf hier kregen we ook echt de eerste tekenen van de herfst. Het wordt kouder en meer regen.

In Yeppoon moesten we eerst onze auto laten repareren. De remblokkken waren versleten en moesten worden vervangen. Toen bleek dat er een stuurstang kapot was dus die moest ook worden vervangen. Hier kwamen we er ook achter dat de auto een ongeluk gehad heeft waardoor het een en ander onzet is. De man van de garage heeft de auto weer rijveilig gemaakt. Nu maar hopen dat de auto het houdt tot aan het het zuiden.

Na de reparaties hebben we de senic-route gevolgd via Bijfield. Dit viel een beetje tegen. Dit kwam met name doordat het niet zulk mooi weer was. Hierdoor besloten we door te rijden richting Brisbane en een stop te maken bij de dorpjes Agnes en 1770. Ook hier was veel regen en daardoor weinig te zien.

We hebben geslapen op een camping bij Callicape. Hier hadden we onze eerste echte nacht met regen. De tent bleek niet 100% goed opgezet waardoor de tent lekte. We stonden hierdoor rond 6.00 uur op om alle spullen in de auto te zetten.

Aangezien de weersvoorspellingen niet veel beter werden zijn we doorgereden naar Brisbane.We hadden we onze tent in een voorwijk op de camping gezet. Van hieruit konden we gemakkelijk met het openbaarvervoer naar de stad. De eerste dag was een zondag dus veel was dicht. We hebben de St. Johns Kathedraal bekeken, zijn naar de Chinese wijk geweest en hebben over de vesrschillende zondags markten gelopen. Aan de zuidzijde van de rivier was een groot Chinees feest aan de gang ter ere van de geboortedag van Buddha. Veel optredens dus leuk om te kijken. Hier hebben we dan ook bijna de hele middag gezeten.De tweede dag was 6 mei. In Queensland is het dan labor-day. Dus nog meer gesloten dan zondag.

We hadden voor vandaag een openbaarvervoersdagkaart gekocht. We zijn eerst naar de het uitkijkpunt geweest, wat een mooi uitzicht over de stad gaf. Vervolgens hebben we de ferry genomen van begin tot eind. Zo kun je de stad goed zien vanaf het water.Vanaf Brisbane zijn we naar Lemmington NP gereden. Het is nu gelukkig wel een beetje gedaan met de lange afstanden. Dit hebben we voornamelijk in het noorden gedaan. Hier is ook niet zo heel veel te beleven. Veel kleine stadjes met inwonersaantal 2 of 10. Maar iedere stad heeft wel zijn eigen cafe en museum en dit zijn best leuke plekken om onderweg te stoppen.

Groeten en tot mails,

Bart en Klaske