Make your own free website on Tripod.com

Canberra - Melbourne en omgeving

Vanaf Canberra zijn we doorgereden naar The Snowy Mountains. De belangrijkste plaats hier is Thredbo aan de voet van Mt Kosciuszko. Normaal gesproken moet je betalen om het park in te komen maar op onze auto zat een entree bewijs die nog geldg was dus wij mochten zo doorrijden.Ons doel was eignelijk om Mt Kosciuszko op te gaan maar toen we aankwamen was het erg mistig. Vandaar dat we besloten om een korte wandeling te gaan maken in het dal. Een leuke wandeling van ongeveer een uur. Aangezien het de afgelopen nacht wel erg koud was geweest besloten we om in een YHA-hostel te gaan slapen. Het nadeel was dat deze pas om 16.30 uur open ging. We hebben hierdoor een tijdje moeten wachten voordat we konden inchecken.Voor de volgende dag hadden ze sneeuw voorspeld. Een Canadese vroeg nog in paniek aan ons of dit veel zou zijn. Wij zeiden nog dat het wel een beetje mee zou vallen. Maar nee hoor, de volgend edag lag er een behoorlijk pak sneeuw. We wilden eigenlijk vandaag de berg wel op. Maar het weer was er niet naar. Dikke mist op de top, lichte sneeuwval en een gevoelstemp. van -20C trok ons niet zo aan.We hebben daarom maar een korte wandeling door de sneeuw gemaakt. De rest van de dag hebben we heerlijk voor de openhaard doorgebracht.De derde dag wilden we via een mooie route, the alpine road, naar Victoria rijden. Helaas was de weg na zo'n 15 km ondergesneeuwd en moesten we omkeren. Want er zat van alles wat bij de auto, maar geen sneeuwkettingen.We zijn daarom maar via Cooma richting de kust gereden. Deze route was ook mooi en leidde ons via het binnenland van NSW en Victoria naar Lake Entrence. Dit is een klein plaatje bij Lakeling en "90-mile beach".We hebben eerst de omgeving verkend en vervolgens een camping opgezocht.

Na een goede nachtrust met wel wat regen en wind hebben we 's ochtends een kust route gelopen. Een mooie wandeling. Heen over het strand en terug via het bos. Na de wandeling zijn we naar Wilsonprom NP gegaan.

Hier reden we rond 16.15 uur het NP binnen. Rond deze tijd valt de schemer al aardig. We moesten dus oplettten voor overstekend wild. Halverwege de weg naar Tidal river (de plaats waar de camping was) stonden er net na een bocht ineens emoe's op de weg. Zeer speciaal om deze grote beesten van zo dicht bij te zien. Maar wel even schrikken. Na in Tidal river aangekomen te zijn, was de receptie van het NP en de camping al dicht. Dus zochten we een plek op de camping en hebben we de volgende ochtend betaald.

Het waaide wel erg hard toen we aankwamen maar na wat strubbelingen met de tent stond hij dan eindelijk. Na het eten was het snel afwassen en opruimen van de spullen. Toen Klaske de deur van de auto wilde dichtslaan schork ze zich rot. Daar stond ineens een wombat voor haar neus. Maar gelukkig schrok de wombat nog meer van de gil, zodat hij snel wegrende. Later die avond zagen we nog verschillende en konden we ze goed zien. Wij hadden niet gedacht dat ze zo groot waren. Het zijn net kleine varkens.De volgende dag zijn we gaan wandelen. Klaske had een mooi rondje uitgezocht wat volgens haar zo'n 12 km was. Achteraf bleek het wel 20 km te zijn. We waren dan ook blij toen we ons tentje weer zagen. Maar de wandeling was mooi. Eerst liepen we langs de ruwe kust om vervolgens via het bos weer terug te lopen. 'S avonds vonden we een gratis BBQ en we vonden dat we wel een goede maaltijd hadden verdient na zo'n lange tocht. We hebben dan ook heerlijk gebruik gemaakt van de BBQ. Onze tweede dag in Wilsonprom NP liepen we een klein rondje. Vervolgens zijn
we naar Philips Island gereden.

Via de Gippsland highway maakten we een stop in Wonthaggi, een leuk klein plaatsje waar we bij een tweede hands winkel een nieuwe pan kochten. We hadden onze pan namelijk ergens laten staan.Om 15.00 uur arriveerden we in Cowes op Philip Island. Op Philip Island hebben we weer (erg veel) gewandeld. Het eiland is redelijk klein en er zijn verschillende leuke wandelingen.We zijn naar het Koala-reservaat geweest. Hier zagen we verschillende slapende (dit doen ze 20 uur per dag) koala's. Je loopt door het park via een plankenloop en op verschillende plaatsen staan merken en daar zit dan  een koala in de boom. Best wel grappig om deze beestjes te zien.

's Middags hebben we nog een wandeling naar de Nobbies, een eilanden groep in het westen van het eiland, gedaan. Om 16.15 uur waren we weer moe maar voldaan terug bij onze auto. Nog ruim op tijd voor de veel geroemde pinguin-perade. De pinguins zouden volgens schema rond 17.30 uur op het strand arriveren. De deuren naar de toeschouwer stoelen gingen om 17.00 uur oen. Wij zaten dus netjes op de voorste rij te wachten op het spektakel. Rond 17.30 uur zaten we te kleumen van de kou (vooral Bart want Klaske heeft ondertussen een winterjas gekocht). Maar om 18.00 uur werd ons wachten beloont. De eerste kleine groepjes pinguins waagden zich op het strand, in kleine groepjes liepen ze het strand over naar hun plekje in de duinen. Het spektakel was leuk om te zien, wel een beetje een touristen gebeuren maar ja.... Binnen een half uur waren de meeste pinguins binnen en konden ook wij ons weer een beetje gaan opwarmen.

De volgende dag zijn we naar Cape Woolamai gereden. Hier konden we nog een wandeling naar het hoogste uitkijkpunt van Philip Island maken. Maar omdat we al een aantal dagen hadden gelopen hadden we eigenlijk niet meer zo veel zin. We hebben dan ook alleen maar op het strand gekeken naar de verschillende kunsten van de vele surfers.We hadden op Philip Island een 3-way-ticket gekocht. Dit was incl. Churchill Island. Dit is een klien eiland voor de kust van Philip Island.Nu is het een NP met een oude homested (boerderij) erop. Het was niet zo spectaculair maar wel leuk. Vanaf hier zijn we naar Williamstown gereden. Bart had namelijk geen zin om door Melbourne te rijden. Wij dus via de snelweg. Het vervelende is alleen dat je zo niet aan de andere kant van de stad komt mits je een dagpas voor de tollweg hebt. Wij hadden niet zo goed gelezen en wisten dat niet. Je kunt bij de tollweg ook niet met cash betalen dus moesten we van de snelweg af en dwars door Melbourne. Gelukkig stond alles goed aangegeven en waren we zo in Williamstown.

Williamstown was voor ons eigenlijk alleen maar een uitvals basis voor Melbourne. Het is wel eigenlijk ook best de moeite waard om even rond te kijken want het is best een leuk stadje.

Melbourne

Hier moesten we tickets kopen voor onze verdere reis. Nu moesten we dus eindelijk beslissen waar we heen wilden gaan na Nieuw Zeeland. We hadden het gehad over terug gaan naar China en dan Tibet - overland naar Nepal. Maar daar is het in augustus regenseizoen dus dan is de kans groot dat je niets ziet. We konden naar India maar had Bart niet zoveel zin in. Uiteindelijk vliegen we terug naar Kuala Lumpur en maken daar een stop over van ongeveer 6 weken. In deze weken willen we Borneo gaan bezoeken. Hoe en wat weten we nog niet.

Melbourne zelf is niet zo heel erg veel. Er is weinig spectaculairs te zien en eigenlijk is het gewoon een grote stad. Wij zijn er twee dagen geweest en dat was ook meer dan genoeg. We moeten toch nog terug komen want we vliegen vanaf Melbourne naar Christchurch in Nieuw Zeeland

Vanaf Melbourne hebben we de Great Ocean Road gereden. Vanaf Williamstown zijn we via Geelong naar de kust gereden. Het eerste deel van de GOR is fantastisch. Je rijdt bijna langs de zee. Over scherpe bochten en langs fantastische cliffen. We zijn onderweg een aantal keren uitgestapt om te kijken.Wee hebben overnacht op de 12-apostelen camping vlakbij Princetown. Ergens in the "Middle-of-Nowhere" helemaal alleen (met z'n tweeen) op de camping. We moesten betalen bij de plaatselijke winkel.

De tweede dag was de weg minder spectaculair maar het uitzicht des te mooier. Fantastische rotsformaties net voor de kust met de even mooie namen; Steps of Gibbson, 12 Apostles, Loch Ard Gorge enz. Echt de moeite waard om de auto voor uit te komen.

Via Warrnabool zijn we naar Portland gereden. Onze bedoeling was om in Warrnabool de walvissen te zien. Deze zouden omstreeks juni-aug voor de kust zwemmen. Er waren er al een paar gespot maar de tourist informatie centrum informeerde ons dat de kans om ze te zien nu nog erg klein was. Wel adviseere ze ons om naar Tower hill NP te gaan. Deze oude vulkaan ligt erg mooi en het eiland in het kratermeer zou het wemelen van de emoe's, koala's en kangaroos.De weg over de krater-rim was erg mooi. Eenmaal op het eiland zagen we de eerste groep emoe's voorbij lopen. Wat zijn die beeste groot zeg. Elke keer verbazen wij ons er weer over. Op het eiland zijn verschillende wandeltochten. We kozen een van de tochten uit en zagen onderweg onze eerste kangaroos van heel dicht bij. Dit was werkelijk fantastisch!!De kangaroos keken ons met even veel verbazing aan als wij hen. Na een paar 100 meter verder lopen spotte Klaske als eerste van ons een mooie grote Koala. Zo'n koala lijkt dan net een speelgoed pluche. Eenmaal bij onze auto, werden we weer verwelkomt door de groep emoe's die rustig langs ons liepen. We hebben verder op nog een stuk gelopen en hier zagen we nog veel meer kangaroos. Echt fantastisch wat een natuur ze daar hebben op zo'n klein stukje aarde.

Vanaf het eiland zijn we door gereden naar Portland waar we overnacht hebben.

In Portland zaten we op een carvan-park midden in de stad. We waren rond 15.00 uur op de camping en na het opzetten van de tent zijn we nog even door het stadje gelopen. Zoals in vele stadjes die we nu al gezien heben, heeft ook Portland erg mooi karakteristieke gebouwen. Na een goede maar koude nacht(rond vriespunt) reden we de volgende dag naar Cape Bridge water. Hier is de hoogste zeeklif van Victoria en er zit een grote zeehonden kolonie. En natuurlijk zijn er de gebruikelijke blow-holes waar de zee het water hoog op laat spuiten. Na ons bezoek aan de kliffen en blow-holes reden we naar de "secels-carpark" om naar de seals lookout te lopen. Dit was een wandeling van zo'n twee uur. Vanaf een platform, zo'n 15 m boven de zeehonden zag je de beesten zonnen en zwemmen. Via een korte "senic-route" zijn we naar de kust gereden, richting Nelson.

De kustweg naar Nelson leidt door een groot gebied met productie bos. We zagen veel trucks met hout rijden en grote gebieden met gekapte bomen en nieuwe aanplant. Nelsen zijn we voorbij gereden en we hebben een stop gemaakt in Mt. Gambier.In Mt Gambier hebben we een stukje van de "senic-route" gereden. Zo kwamen we langs het fantastische Bleu lake. Eigenlijk zijn er drie krater holen. Twee zijn gevuld met water (waaronder Blue Lake) en de andere is gewoon een 'gat' in de grond.Nadat we alle meren hadden bekeken zijn we doorgereden naar Naracoorte Caves Conservation Park. We konden bij de Caves overnachten op een kleien camping.'s Morgens hebben we enkele grotten bezocht. Eerst de Wet Cave. Hier kon je zelf doorheen lopen en dmv sensoren werden de lampen aangedaan. Toen zijn we door het info centrum gelopen. Dit was wel leuk opgezet. Ze hebben hier veel fosielen in de grotten gevonden en aan de hand hiervan hadden ze "dieren" gemaakt.Als laatste hebben we een toer gedaan door de Victoria Fossil Cave. Hier werd eerst verteld over het onstaan van de grotten en vervolgens kwamen we bij een vindplaats van fossielen. Hier werd nog uitleg gegeven adh van dieren die hier gevonden waren. Ze vertelden hoe de grot was ondekt en hoe je fossielen zoekt enz. Erg interessant allemaal.

Na de grotten zijn we doorgereden naar Bordertown. Eigenlijk wisten we niet zo goed waar we heen wilden. Zeker naar Grampions NP maar verder wisten we niet. De mevrouw van het touristen info centrum kon ons gelukkig goed adviseren.Op haar advies zijn we dan ook naar Little Dessert NP gereden. Hier hebben we op de NP camping gestaan. Hier zijn alleen maar BBQ-plaatsen (zelf hout sprokkelen), WC's en dat is het. Maar goed dat we nog water in de auto hadden. Het was best een grote camping en we stonden helemaal alleen. 's Avonds was het dan ook aarde donker. Best wel een beetje spannend.De volgende ochtend hebben we nog een ochtendwandeling gemaakt van ongeveer een uur en zijn daarna naar de Grampions NP gereden.

De Little dessert NP ligt niet zo ver van de Grampions dus waren we zo rond 14.00 uur al in het NP. We reden het park binnen via Horsham. Je ziet dan al van uit de verte de bergen van de Grampions. Eenmaal in de bergen werd de berg-rit-ervaringen weer op de proef gesteld. Erg veel slingerende wegen. Via de look-outs van o.a. the balcony's en een wandeltochtje naar een waterval van Mackenzie kwamen we aan in Hallsgap. Het touristische centrum van de Grampions. Bij het NP-office informeerden we naar een NP-camping en kochten een wandelkaart. We kozen als eerste camping rosea camping. Deze camping ligt aan de voet van Mt Rosea en vanaf de camping vertrekt er een wandeling naar de top.De NP-campings werken op een vertrouwens basis. Bij de camping staat eenzuil met blanco-permits, je schrijft er zelf een uit en doet geld in de de bijbehorende enveloppe en deze deponeer je in de zuil. Helaas was de zuil bij deze camping stuk, zodat we niet konden betalen. Hiervoor moesten we weer helemaal terug naar het NP-office. Hier hadden we niet zoveel trek in dus hebben we voor een nacht niet betaald. De rest van de nachten hebben we wel netjes bij het NP-office betaald.

Nadat we onze tent hadden opgezet, begon het zoeken naar hout. Op elke camping staan namelijk BBQ's zodat we 's nachts lekker warm bij het vuur konden zitten. Er waren nog een paar campeerders op hetzelfde idee gekomen dus er struinden verschillende mensen door de bossen op zoek naar hout. Uiteindelijk vonden we voldoende om toch een aardig vuurtje te kunnen maken. Na het eten rond 17.00 uur valt al snel de duisternis in. Zo midden in het bos is het snel pikke-zwart. We zaten bij ons vuur totdat deze bijna uit was. We voegden ons na het doven ervan bij een aantal andere campeerders die een groter vuur hadden gemaakt.

's Morgens stonden we op tijd op voor onze 4,5 uur durende wandeling naar de top van Mt Rosea. De tocht was erg mooi, veel door bossen en oveer de rotsen (rock-hopping). Soms was de route wat moeilijk te volgen omdat de op de rotsen geverfde oranje markers wat vervaagd waren. Toch vonden we het juiste pad. Na zo'n 4,5 uur kwamen we moe maar voldaan weer bij onze auto. 's Ochtends hadden we de tent al in de auto opgeborgen om te verkassen naar een andere NP-camping. Dit keer met iets meer faciliteiten. Nu hadden we een WC en drinkwater ipv alleen maar een WC.

Op onze nieuwe camping was het weer BBQ-time. Vlees gehaald en veel hout gesprokkeld. Onze tweede dag in de Grampions liepen we de 9,5 km wonderland walk. Dit was naar de pinneade lookout. Deze wandeling was iets minder zwaar
dan die van de vorige dag maar we hadden de 12 km van gisteren nog aardig in de benen dus achteraf gezien was het niet zo erg. Na de wandeling reden we weer naar onze "bush-camp". Onderweg stopten we nog even om wat hout te sprokkelen. We vonden een aardige stapel die we snel achter in de auto gooiden. 's Avonds bij het koken besloten we te koken op het kampvuur. Wat uitstekend ging, misschien iets te goed waardoor de macaroni iets te gaar was en eigenlijk niet meer te eten.

Na twee dagen lopen hadden we de Grampions wel voor gezien. Ons volgende punt was Bendigo. Onderweg maakten we nog een langere stop in Maryborough waar mooie koloniale gebouwen stonden. We konden in Maryborough goedkoop internetten mede dankzij onze studentenkaarten. We hebben hier dan ook onmiddelijk gebruik van gemaakt, en konden onze CD-rom met foto's eindelijk bekijken. Hierna zijn we doorgereden naar Bendigo, een voormalig goudzoekers stadje maar dat is nog duidelijk zichtbaar.

In Bendigo was het Bart's plan om een nacht op de camping door te brengen. Stom, want na een aantal zeer (!!!!) koude nachten was Klaske toch wel een beetje toe aan een droog en warm bed. We besloten om in een on-site-van (soort stacarvan) te gaan slapen. We sliepen in een redelijke carvan met eigen keuken en een heater. Na een heerlijke nacht slapen zijn we Bendigo gaan verkennen. Ivm het vele geld wat er werd verdient met het goud, staan er veel mooie en imposante gebouwen.Hier zagen we ook een aantal aanplak biljetten op de winkels hangen dat ze maandag dicht waren ivm koningedag. Wij zouden maandag onze tickets in Melbourne halen. Toch voor de zekerheid maar even bellen. En ja, hoor ze
zijn maandag gesloten. Niet bij nagedacht toen ze ons de tickets verkochten. Hierdoor moesten we onze plannen enigzinds bijstellen om onze tickets nog te krijgen.

We zouden vanaf Bendigo eerst naar Echucca rijden en vervolgens naar Melbourne om onze tickets te gaan halen.Echucca is een oude havenstad voor paddler stoom schepen. Deze kwamen vroegen beladen met hout en wol aan. Echucca ligt aan de Murray rivier, die Victoria scheidt van NSW.De haven is een beetje een touristen-trap. Je betaalt best veel geld voor eigenlijk niets. Maar ja dit weet je achteraf pas. Wij hebben dus betaald. Hier was een klein museum en we konden een ritje maken met een oude boot. Je kunt ook bij twee hotels nog wat oude dingen gaan bekijken.

De volgende dag zijn we rustig naar het zuiden gereden. We besloten te overnachten in Yarra valley NP. Een NP iets ten noord-oosten van Melbourne. We konden eerst geen camping vinden en besloten mede door de slechte weersvoorspellingen weer te overnachten in een cabin (huisje). Deze keer hadden we zelfs TV maar helaas viel de stroom uit en hadden we hier niet zoveel aan. De voorspelde storm is ook niet gekomen dus eigenlijk was het een beetje jammer dat we een cabin hadden gehuurd. We hadden net zo goed in de tent kunnen slapen. Maar ja.......

De volgende dag zijn we richting Melbourne gereden om onze tickets te gaan halen. We zijn naar Sarrey hill's gereden. Vanaf hier konden we met de trein naar het centrum. We waren rond 10.00 uur in het centrum van Melbourne en konden onze tickets halen. We hebben ook meteen en pakketje en onze foto-cd-rom verstuurd. Rond 13.00 uur gingen we weer terug met de trein naar onze auto.

We zijn toen naar Warbarton, een plaatsje op de rand van het Yarra valley NP en Yarra state. We sliepen die nacht op een NP-campsite en deze was gratis. Wee sliepen diep in het bos en ivm de harde wind was het slapen lekker spooky :-)

Na een toch wel goede nachtrust hebben we nog een kleine tocht gelopen. Daarna zijn we naar Mt Donna Buang, een 1250 m hoge berg net buiten Melbourne, gereden.

Boven op de berg gebeurde waar we al zes weken bang voor waren. "Klaske, heb jij de sleutels??!!..." "Nee, Bart jij reed dus jij hebt ze...." Ja, hoor de sleutels zaten nog in de auto en de deuren zaten netjes op slot. Niet echt slim dus.Met onze geimpoviseerde antenne probeerden we nog de deur te openen. Wat altijd zo gemakkelijk lijkt op TV valt nu wel erg tegen. Het lukte ons niet. Het omlaag drukken van het raampje, wat op een kier stond, lukte ook niet. Als laatste optie, de meer destructieve, was een steen pakken en een raam ingooien. Gelukkig was er niemand. We konden onze auto namelijk niet identificeren als de onze. Hij stond namelijk niet op onze naam. Maar nu konden we gelukkig naar binnnen.We hebben het raam nog even netjes afgeplakt met karton zodat het niet zo erg opviel.

We zijn vanaf hier naar Lillydale gereden. Dit ligt op de rand van Melbourne waar we ons trakteerden op een heerlijk McDonalds maal voor de schrik. In Lillydale besloten we om rustig in een cabin te slapen. Omdat we al rond 14.00 uur hier waren hadden we ruim de tijd om de auto uit te ruimen en de tassen te pakken.

We hebben de auto niet kunnen verkopen en moesten hem op het treinstation achterlaten. Onze laatste nacht in Australie hebben we in een hostel in Melbourne geslapen.

De volgende dag zijn we naar Christchurch gevlogen. Een nieuw land een nieuw avontuur.

Bart en Klaske